De MPA binnen het muziekonderwijs

In 1985 werd het 10 jarig lustrum van de MPA gevierd met een serie concerten, workshops, en lezingen. Het feestelijke programma vond plaats tussen 20 september en 11 oktober.
In het programmaboek staan een paar inhoudelijke artikelen die zeer de moeite waard zijn om te lezen. Een ervan, geschreven door Dirk de Vreede, heeft als titel: ‘De MPA binnen het muziekonderwijs’. Het beschrijft waar de MPA voor stond in relatie tot  de conservatoria in de rest van het land.

De muziekpedagogische academie binnen het muziekonderwijs
Na de oprichting van een aantal conservatoria in de 19e eeuw heeft het muziekvakonderwijs zich verder ontwikkeld en uitgebreid. Het aantal afstudeerrichtingen of specialisaties nam toe evenals het aantal over Nederland verspreide instellingen. Iedere instelling heeft een min of meer eigen identiteit, die wordt bepaald door het aantal afstudeerrichtingen of specialisaties, die binnen de betreffende instellingen mogelijk zijn.

De opleidingen voor bepaalde specialismen zijn geconcentreerd; zo vinden we een operaopleiding alleen in Den Haag, Amsterdam en Maastricht; Rotterdam en Den Haag hebben een opleiding tot klankregisseur en o.a. Hilversum heeft opleidingen, die volledig gericht zijn op de lichte muziek.

In grote lijnen bestaat er een tweedeling binnen alle opleidingsmogelijkheden. Verreweg het grootste aantal studenten verlaat de opleiding met een diploma voor Docerend Musicus (instrumentaal/vocale docenten, docent(e) schoolmuziek en AMV), de anderen richten zich op het diploma Uitvoerend Musicus (instrumentaal/vocaal). Deze laatste opleidingen vinden we wel aan de conservatoria, maar niet bij de muziekpedagogische academies, zoals de naam al aangeeft zijn deze instituten vooral gericht op het functioneren van musici in het muziekonderwijs.

Dit onderscheid tussen conservatorium en M.P.A. lijkt groter dan het in werkelijkheid is, immers aan de conservatoria studeert het merendeel van de docenten voor docerend musicus en slechts een relatief klein deel richt zich volledig op uitvoerend musicus of vervolgt de docerend musicus studie met uitvoerend musicus studie. Doordat de uitvoerend musicus letterlijk in de schijnwerpers staat is het wel beeldbepalend; de ware identiteit van de instellingen wordt echter veel meer bepaald door de muzikale en pedagogische doelstellingen.

Nu zijn doelstellingen, zoals ze geformuleerd zijn in het leerplan, schoolwerkplan, wel mooie woorden; ze dekken echter niet alles wat er binnen een instelling gebeurt. Dat is begrijpelijk als we ons realiseren, dat zowel in de muziek als ook in het onderwijs continu veranderingen aan de gang zijn. Uiteindelijk is het ‘klimaat’ van de instelling m.a.w. alles wat er zich in en om het instituut muzikaal en pedagogisch afspeelt, bepalend voor de identiteit van die instelling.

Het klimaat van de M.P.A. van Alkmaar, en dus ook hetgeen waarin het zich onderscheidt van andere muziekvakopleidingen laat zich niet makkelijk omschrijven. Alle lustrum activiteiten  geven een betere indruk van het klimaat dan woorden kunnen.

Voor de onderwijskundige ontwikkelingen in de nabije toekomst neemt het begrip integratie een centrale plaats in.
a) integratie van vakken; de verschillende onderdelen van het studieprogramma worden zo ingericht, dat de student de onderdelen niet gescheiden maar als een eenheid ervaart.
b) integratie van stijlen; iedere student wordt tijdens zijn opleiding geconfronteerd met de verschillende stijlen in de muziekpraktijk, kort gezegd: zowel lichte als klassieke muziek horen in het programma. De verhouding is uiteindelijk echter een keuze van de student afhankelijk van diens affiniteit en oriëntatie.
c) integratie van de muzikale en pedagogische aspecten van de opleiding; omdat het doel muzikaal functioneren en het middel daarbij muziek maken is, moet de pedagogie muziekpedagogie zijn.
d) integratie van het instituut en de muziekpraktijk.

In de ontwikkelingen binnen de M.P.A. gelden deze vier aspecten van integratie als uitgangspunt bij de discussies in het verleden en de komende jaren. ‘Klaar’ zijn we er nooit mee; we zijn er altijd mee bezig, met vallen en opstaan. Dat eist openheid: openstaan voor commentaar en kritiek, openstaan voor de ontwikkelingen in de praktijk met een open oor voor alles wat te horen is.

Dirk de Vreede, 1985

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s