De novemberopstand

“Je bent hier wel met je neus in de boter gevallen!” zei Oebele en keek me aan met een blik van verstandhouding. Het zal juni 1979 zijn geweest; mijn eerste jaar als theoriedocent aan de Muziek Pedagogische Academie zat er bijna op. “En wij werden al bang: als hij nou maar niet denkt dat het hier altijd zo toegaat!”

Het jaar was inderdaad turbulent geweest. Onverwacht waren studenten en hoofdvakdocenten van de afdeling AMV/Schoolmuziek in opstand gekomen tegen het studieprogramma van in het bijzonder de theoretische vakken, dat zij verouderd vonden, te weinig toegesneden op de actuele beroepspraktijk. Mijn indruk van dit najaarsincident was helemaal niet zo negatief. Het had ons uiteindelijk een flinke stap vooruit geholpen en de geuite kritiek was relevant. Ze raakte het wezen van onze instelling: de ambitie, die ook onze missie was, om een hogere opleiding aan te bieden waar muziekstudenten naast vakbekwaamheid ook actuele beroepsvaardigheden, pedagogische vaardigheden zouden verwerven. Daarmee wilde de MPA zich juist afzetten tegen de traditionele conservatoria, en daarmee moest zij ook de verwachting inlossen van de politici die met haar oprichting hadden ingestemd. Politici die in tussen door andere waren opgevolgd, van een andere signatuur en met een andere visie; die niet langer de cultuurspreiding van het kabinet Den Uyl in hun vaandel droegen, maar voor alles de overheidsuitgaven wilden terugdringen, en die daarom een tekortschieten in onze missie konden aangrijpen om een kostenpost te elimineren.
Dat de kritiek uit de schoolmuziekafdeling zo met een explosie naar buiten was gekomen, valt niemand persoonlijk aan te rekenen. Twaalf jaar lang waren de starre eisen van de staatsexamens bindend geweest voor de avondvakopleiding, en de eerste drie jaren van de MPA als erkende onderwijsinstelling te kort om al ten volle profijt te kunnen trekken uit de verkregen autonomie. Op de vakkundigheid van de afzonderlijke theoriedocenten viel niets aan te merken, wel op de combinatie van vakkundigheden binnen het team: slechts één docent met expertise in de lichte muziek, waaraan toen een duidelijke behoefte bleek te bestaan, tegen vier uitsluitend in de klassieke muziek, waarvan drie met sterke wortels in de kerkmuziek. Dat deze scheve verhouding zo heeft kunnen ontstaan, is niet te wijten aan een falend aanstellingsbeleid. De directie had bij de opbouw uit nagenoeg niets van Volksmuziekschool en avondopleiding, de vakleerkrachten niet voor het uitkiezen. Bovendien was lichte muziek in die tijd, noch aan de conservatoria, noch aan de muziekscholen geaccepteerd. Dat verklaart waarom ook nog de jongste vacature niet was benut om de scheve verhouding ten gunste van de lichte muziek wat recht te trekken.

De directie reageerde goed op het gerechtvaardigde signaal uit de afdeling Schoolmuziek; de kritiek werd niet de kop ingedrukt. Zeker, de theoriedocenten hadden het volste recht de gebeurtenis als onaangenaam te ervaren, als een blijk van veronachtzaamd collegiaal respect; het heeft hen niet weerhouden zich constructief op te stellen. Het geeft wel aan hoe moeilijk het dilemma was waarvoor de directie zich geplaatst zag. Zij heeft uit twee kwaden de minste moeten kiezen; haar keus is de juiste geweest. In allerijl werd een onderwijsvrije discussieweek georganiseerd, waar om praktische redenen ook de instrumentale en vocale hoofdvakken in werden betrokken. Hun theorielessen konden nu eenmaal niet doorgaan wegens de noodzakelijke deelname van de theoriedocenten aan het ad-hoc-programma. Bovendien vond organisator Dirk de Vreede ook voor deze hoofdvakken een herbezinning op het theorieprogramma nuttig.
Oeb opende de week met een korte plenaire inleiding, waarin hij zich allereerst verontschuldigde voor een stijve nek: “De dokter zei dat ik vooral voorzichtig moest zijn met ja-knikken.” Vervolgens schetste hij in het kort hoe de MPA zijn ontstaan mede te danken had aan de hoge kwaliteit van de theorielessen en de resultaten daarvan bij de staatsexamens, die duidelijk boven het landelijk gemiddelde uitstaken. Hij drukte de vergadering dan ook op het hart om zich goed bewust te zijn van deze potentie en er een optimaal gebruik van te maken. Daarna wisselden docenten en studenten in diverse fora en panels met elkaar over het probleem van gedachten, werden demonstratielessen in het hoofdvak gegeven – “Op een ezel naar de stad, laridan, laridan.” – en gaf Kees Bornewasser als blijk van goede wil aan de studenten de verzekering dat hun volhardende aandrang “de druppel zou zijn die ten langen leste de steen zou uithollen.”…
Aan het eind van de week was inderdaad nog geen oplossing gevonden. Alleen Jan van Wijk bleek in staat enkele bruikbare ideeën binnen de vakgroep aan te dragen, maar hij oogstte daarmee geen lof bij Kees. “Ik zie tot mijn spijt dat jij je eigenlijk al gewonnen hebt gegeven!” reageerde die merkbaar teleurgesteld. En ikzelf ontdekte tot mijn schrik dat alle vernieuwende ideeën die ik in Amsterdam had opgezogen, en die ik hier met enige trots had gedacht te kunnen introduceren, van geen enkel nut waren als antwoord op de plotseling naar buiten gekomen kritiek. Alles wat ik daarginds had geleerd was ontwikkeld vanuit slechts één perspectief: het klassieke concertpodium. Om te kunnen voldoen aan de wensen van de studenten hier had ik er niets aan. Daarmee was ik het levende bewijs hoe noodzakelijk de missie was van deze MPA. Luisteren was vooralsnog het enige wat mij te doen stond.
Er werden ten slotte twee commissies ingesteld waarin studenten en docenten samen verder praatten over de gewenste onderwijsvernieuwing, de KAS voor de afdeling AMV/SM, voorgezeten door Oeb, de KIV voor de instrumentale en vocale hoofdvakken, onder leiding van Tineke. Zij droeg uiteindelijk de oplossing aan in de vorm van een programma van keuzevakken (“blokken”) waarmee de studenten de inhoud van hun studie vanaf het tweede jaar, deels zelf konden bepalen, de eerste vorm van modulenonderwijs aan de MPA. In het keuzeaanbod werden voor het eerst lichte muziek onderdelen opgenomen. Voor de administratieve afhechting zorgde Dirk de Vreede met een systeem van studiepunten en tentamenbriefjes, eveneens een noviteit aan onze instelling. Na de laatste tentamenperiode werd een “keuzeblokkenmarkt” gehouden, waar de studenten zich op het keuzeprogramma konden oriënteren. Deze structuur zou in grote lijnen functioneren tot 2006, zij het in een meer en meer verschraalde vorm, toen de laatste groep klassieke studenten aan het conservatorium afstudeerde en de volgende lichtingen in een geheel nieuw kader hun keuze hadden te maken: de major/minor structuur.
Ondanks de goede afloop leek de spanning van het voorbije najaar een van de collega’s te veel geweest: Jan Slot werd in het vroege voorjaar onverwacht getroffen door een lichte beroerte. Gelukkig herstelde hij voorspoedig, maar zijn lessen moesten tot de zomervakantie met een noodrooster door de collega’s worden opgevangen. Als genoegdoening voor al het doorstane leed nodigde Oeb de geplaagde theoriedocenten uit voor een zeiltocht vlak voor de zomervakantie met zijn boot op het Alkmaardermeer. De studenten AMV/Schoolmuziek zetten de jaarafsluiting luister bij met een kort cabaret: “Van het kastje naar de muur, laridan, laridan.”
Herman van Weydom Claterbos

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s