De Urgentieopleiding 1981-1983

Najaar 1980 ging de Tweede Kamer akkoord met een banenplan van de minister van sociale zaken waarin de eenmalige bekostiging was voorzien van een zijinstroom-opleiding voor afgestudeerde, maar werkloze Pabostudenten tot muziekconsulent, kortweg Urgentieopleiding genoemd. Door de bezuinigingen op onderwijs waartoe het nieuwe centrumrechtse kabinet zich door de economische recessie genoodzaakt zag kon deze doelgroep niet meer aan de slag komen. Tegelijk was er een dringende maatschappelijke behoefte gesignaleerd aan professioneel opgeleide muziekconsulenten. In de visie van de regering kon het ene knelpunt handig tegen het andere worden weggestreept. Omdat de beoogde studenten al een Pabodiploma hadden, kregen ze vrijstelling voor pedagogie en praktijk, waardoor de studieduur verkort kon worden tot 2,7 jaar. Er moesten voor deze opleiding landelijk drie locaties worden gevonden, samen goed voor 90 studentplaatsen. De locaties werden niet dwingend aangewezen; wel werd de Alkmaarse MPA logischerwijs als een van de eerste door de minister benaderd met een verzoek.

Dit werd door Oebele Bootsma http://youtu.be/bGsvYvkYFPw aan de academieraad voorgelegd. Hij bepleitte het te aanvaarden onder de voorwaarde dat de overheid ons als tegenprestatie aan betere huisvesting zou helpen. Zonder die verbetering kon het zelfs niet doorgaan; de MPA moest het gebouw aan het Nassauplein delen met de volksmuziekschool en er was geen ruimte meer voor enige uitbreiding van de werkzaamheden. De wens om van het gedwongen samenwonen met de muziekschool af te komen bestond allang en dit was een mooie gelegenheid om daarover bij de overheid “een vinger achter de deur te krijgen” zoals Oebele het formuleerde. Maar hij voerde ook een inhoudelijk argument aan. De noodzaak van een professionele consulentenopleiding was al jaren een punt van landelijke discussie, maar voortgang was er tot dan toe weinig gemaakt. Oebele hoopte en verwachtte dat door het regeringsbesluit de ontwikkeling in een stroomversnelling zou raken en het was voor de MPA een slechte zaak als wij ons door een afwijzing langs de zijlijn plaatsten.

Hij stond echter met zijn visie in de raad alleen; het verzoek werd verder unaniem afgewezen om de volgende redenen:

  • Onvoldoende garantie voor de instroomkwaliteit van de cursisten. Er zou wel een selectie voor toelating plaats vinden, maar de overheid drong er sterk op aan dat de numerus fixus gehaald zou worden.
  • Vrees dat de uitstroomkwaliteit onder de maat van de reguliere uitstroom zou blijven en daardoor de instelling een negatieve naamsbekendheid zou bezorgen.
  • Vrees dat lichtere exameneisen overlopers uit de reguliere schoolmuziekopleiding zou aanlokken.
  • Vrees voor broodroof voor de reguliere uitstroom.

Als een goed democraat, maar met zichtbare teleurstelling legde Oebele zich bij de beslissing neer. Binnen een week werden de docenten echter verrast met een uitnodiging van het stichtingsbestuur voor een extra docentenvergadering over het onderwerp. Op de goed bezochte bijeenkomst onderstreepte de voorzitter Mr. K. P. Doedens nog eens het nijpende ruimteprobleem van de MPA en de dringende noodzaak om met een positief besluit goodwill te kweken bij de rijksoverheid. Na een stevige inhoudelijke discussie gingen de docenten schoorvoetend over stag, waarna de academieraad al spoedig volgde.

Als tijdelijke oplossing voor het ruimteprobleem zouden de lessen tot aan de zomervakantie worden gegeven in de muziekschool van Heiloo. Daarna hoopte de schoolleiding over een eigen, groter gebouw te beschikken. Die verwachting is niet uitgekomen. Toen de grote vakantie naderde was er nog steeds geen oplossing en de overeenkomst met de muziekschool van Heiloo kon na de vakantie niet worden verlengd. “Het vingertje is klem komen te zitten” grapte Oebele wat bagatelliserend. Op het laatste nippertje werd de voormalige burgemeesterswoning op de hoek Kennemerstraatweg-Blekerslaan gevonden, die als dependance kon worden gebruikt. Een verre van ideale oplossing die langer dan de urgentieopleiding zelf, in totaal vijf jaar zou bestaan. Het docententeam, in het bijzonder van de vakgroep theorie, moest zich over de twee gebouwen verdelen. Verder verhuisden het hoofdvak amv/schoolmuziek en de pedagogiedocent naar de dependance. Het samenwonen op het hoofdgebouw met de muziekschool moest vooralsnog worden voortgezet. In de eerste drie jaren kon voor de dependance in een eigen catering worden voorzien, waarvoor Willem de Jong werd aangetrokken, die was getrouwd met onze oud-studente Joke van Zelm, maar zijn contract moest al vrij snel om economische redenen worden beëindigd. Voor mij persoonlijk was de verhuizing een verbetering: voor het eerst sinds mijn benoeming kreeg ik de beschikking over een vast, van royale kastruimte voorzien lokaal, waar ik voortaan ook mijn lessen kon voorbereiden.

Om de plotselinge groei van het studentenaantal aan te kunnen moest ook het docententeam worden uitgebreid. De meeste lessen van de urgentieopleiding zouden echter gegeven worden door het ervaren, zittende personeel; de lessen van de reguliere opleidingen die deze docenten daarvoor moesten afstoten konden dan door de nieuwe collega’s opgevangen worden. Het hoofdvak voor de nieuwe cursisten werd tot aan de zomervakantie gegeven door Ton Klos, daarna nam Oebele het van hem over. Tot de overige docenten van het urgentieteam behoorden in ieder geval Kees Bornewasser (solfège en AML), Bram Hijmans (harmonie geïntegreerd met arrangeren), Herman van Weydom Claterbos (analyse), Jan van Wijk (muziekgeschiedenis en solfège), Jaap Ooijevaar (stemvorming), Tineke Broers (slagtechniek) en verder nog enkele collega’s uit de instrumentale afdeling voor het individuele musiceer-vak, o.a. Gerda van Zelm (zang), Charles Gebhart en Joke van Zelm (beiden piano), Bernadette Olbers en Willem Bremer (beiden blokfluit), Matelsky (viool). Tot de nieuw aangestelde collega’s behoorden de bovengenoemde Gerda van Zelm, Joke van Zelm, Bernadette Olbers en de Litouwse vioolpedagoog Matelsky; verder Jorine Samson (bijvak zang), Herman van Roekel (algemene theoretische vakken) en Ab Heijdens (drama).

De toelatingsexamens voor de urgentieopleiding zouden centraal, in Woerden worden gehouden, maar door de onverwacht hoge aanmelding (780 gegadigden) moest er nog een extra dag in Driebergen worden ingelast. De commissies werden gemengd samengesteld uit docenten van alle drie de participerende onderwijsinstellingen; behalve onze MPA waren dat de conservatoria van Enschede en Maastricht. Het niveau van de aanmeldingen viel zwaar tegen, maar gelukkig mocht er strenger worden geselecteerd dan aanvankelijk werd gedacht; het bleek toch geen bezwaar dat de numerus fixus niet werd gehaald. Dit resulteerde landelijk in ruim 50 toegelaten studenten; voor Alkmaar betekende dit een aanwas van 18 nieuwe studenten van acceptabel tot soms zeer goed niveau. Toch bleek voor een enkeling de overstap naar een muziekvakopleiding een ware cultuurshock: tijdens hun introductie hier moet één ontsteld hebben uitgeroepen: “Maar je kunt toch niet de hele dag met muziek bezig zijn?” Aan motivatie en werklust ontbrak het ze niet. Daartoe heeft ook zeker bijgedragen dat zij deze studie konden volgen met behoud van hun uitkering, maar dat ze dit voorrecht zouden verspelen als de tussentijdse resultaten beneden de maat bleven. De saamhorigheid binnen de groep was uitstekend, waaraan ook de school bijdroeg met een gezamenlijk verblijf op een kampeerboerderij bij Egmond a/d Hoef. Kees Bornewasser zette zich daar als altijd met hart en ziel voor in (zie foto, v.r.n.l.: Immie Klaver, Herman van Weydom Claterbos, Trudie de Valk, Gonny de Jong en geheel links Kees Bornewasser).
Kampeerboerderij, Egmond aan de Hoef
Ondanks al deze gunstige condities heeft voor één van de studenten het doemscenario van vroegtijdig uit de boot vallen toch even gedreigd, maar hij vocht één van de tentamenuitslagen aan en werd in het gelijk gesteld. Daartoe moest in allerijl een extra teamvergadering worden belegd, omdat de sociale dienst aan de studenten een strenge tijdslimiet had gesteld waarbinnen de opeenvolgende studiefasen moesten zijn afgesloten. Een van de docenten was echter door zijn overvolle agenda niet tijdig voor het overleg te bereiken, waardoor de directie voor de pijnlijke keuze kwam te staan ofwel de termijn te overschrijden, met waarschijnlijk niet meer terug te draaien gevolgen voor de student, ofwel de onbereikbare collega bij de heroverweging van de uitslag te passeren, met alle mogelijke relatieschade van dien. Een situatie die tegenwoordig, met de veel strengere overheidsregels voor tentamens en studeerbaarheid niet meer mogelijk zou zijn. Toen ook na de beslissing de docent niet tijdig daarvan op de hoogte kon worden gebracht – pas nadat de student was geïnformeerd vernam hij die uit de mond van de student zelf – heeft relatieschade inderdaad even gedreigd, maar ten slotte heeft bij alle betrokkenen de redelijkheid het van de emotie gewonnen. Uiteindelijk hebben alle deelnemers binnen de termijn het 2de-graads AMV-diploma behaald waarmee zij als muziekconsulent aan de slag konden.

Het docententeam van de urgentieopleiding vergaderde zeer frequent over de inhoud en onderlinge afstemming van het curriculum en over het functioneren van de studenten. Dat er bij het vaststellen van de eindtermen water bij de wijn moest kan feitelijk niet hard worden gemaakt. Zo werd voor solfège gekozen voor een iets hoger eindniveau dan de reguliere eisen voor het normale AMV-diploma, maar wel beduidend lager dan voor Schoolmuziek, die in de toen door ons gehanteerde schaal van vier niveaus waren vastgesteld op resp. S1 en S2. Door de tijdsdruk kwam echter naar het gevoel van menige docent het werkelijke eindniveau toch wel eens op gespannen voet te staan met het beoogde en zeker met wat wenselijk werd geacht voor een toekomstige verantwoordelijkheid die uitsteeg boven die van een normale afgestudeerde AMV-er (Kees Bornewasser sprak met smalende ironie van niveau S-anderhalf). De overloop van studenten uit de reguliere schoolmuziekopleiding waar de academieraad voor vreesde heeft in drie gevallen plaatsgevonden. Of versoepeling van de eindeisen bij hun keuze een rol heeft gespeeld is echter onduidelijk. Van enige reputatieschade voor de MPA is nooit iets gebleken, zeker niet volgens de groep studenten zelf. Zij hebben in het werkveld altijd grote waardering gevonden voor hun latere functioneren.

Over de weg waarlangs de afgestudeerden in het beroep terecht zijn gekomen laten wij tot slot een van hunzelf aan het woord: <<Er waren in heel Nederland in totaal 60 banen voor ons gecreëerd. In Utrecht werden die banen verdeeld. Het was een waar spektakel, een soort banenmarkt. De inspecteur van onderwijs was daar zelf aanwezig en vroeg: “Wie wil hier of daar naar toe?” Sommigen wilden een bepaalde baan maar die ging dan weg naar een ander die een gezin te onderhouden had. In Noord Holland woonden 18 van ons en er waren daar 7 Fte’s te verdelen. Er waren 2 Fte’s, twee volledige banen in Hoorn. Daar zijn Gert Ruijs en Trudy de Valk naar toe gegaan; ze zijn in 1984 begonnen. In Alkmaar was slechts 1 Fte beschikbaar. De directeur van de Alkmaarse Volksmuziekschool Marcel Pinkse was verontwaardigd dat hij de betreffende docent toebedeeld kreeg; hij wilde die zelf uitkiezen. Dat mocht hij toen ook. Hij was in het land de enige die protesteerde tegen de gang van zaken.>>

Herman van Weydom Claterbos (Met dank aan Gert Ruijs)

Advertenties

Een reactie op De Urgentieopleiding 1981-1983

  1. Moniek zegt:

    Wat een leuk verslag! Ter aanvulling: tussen Trudie de Valk en Kees Bornewasser zit Gonny de Jong. En Immi heet Immie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s