Herinneringen, Hugo van Veen

Hieronder de reactie die Hugo stuurde.

Dag Marlies,

Ik kende je vader al langer: omstreeks 1964 werd ik dirigent van een koor in Haarlem, waar ik geboren was en nog woonde. Ik had gesolliciteerd, net als mijn eigen muzieklerares van de MULO trouwens, en ik kreeg de job. Ik moest dirigeren echter nog leren en zocht contact met Jan Pasveer uit Zaandam, een bekende dirigent. Hij vertelde dat hij dirigeerles zou gaan geven op zaterdag in Alkmaar, door jouw vader georganiseerd en stuurde me door naar Oeb.  
Ik heb heel leuke herinneringen aan die cursus. Jan Pasveer kwam nooit opdagen, maar wel Jan Schaap, die de harmonie en fanfare mensen onder zijn hoede nam en Oeb deed de koordirigenten. Maar veel ging ook samen. Hisschemöller deed de theorie. Ook Jose Jonkers en Bernadette Olbers waren studenten van het eerste uur. E.e.a. werd voor mij reden om naar het conservatorium te gaan. Het werd “menens” en ik stopte in Alkmaar omdat ik al vrij spoedig het gevoel kreeg er niets meer te kunnen leren.

Toen ik was afgestudeerd voor orgel (1971) solliciteerde ik in Ede en in Alkmaar. In beide steden werd ik onmiddellijk aangenomen, er was een groot tekort aan docenten. Ik koos voor Alkmaar omdat ik Oeb al kende van de dirigeercursus en omdat mijn moeder uit Alkmaar komt.

Oeb vroeg of ik ook blokfluit kon spelen en daar les op wilde geven. Om twee redenen:  er stonden 1100 (!) leerlingen voor blokfluitles OP DE WACHTLIJST. De tweede reden: Willem Bremer was vertrokken naar Enschede en iemand moest hem opvolgen. Dat werd ik! Ik had nog nooit alt gespeeld en kreeg met de leerlingen van Willem te maken die al 10 jaar les hadden of zo. Ik moest hard aanpoten om ze een les voor te blijven! Iedereen die een blokfluit kon vasthouden kon docent worden. Ik herinner me Leendert de Jong, Marijke Andriesen, Inge Braaksma (toen: Jaquet) etc.

Er zat een enorme groei in de muziekschool en Oeb was gedwongen om mensen “van buiten” aan te nemen. Tot dan had hij het kunnen redden met mensen uit eigen kring, min of meer zelf opgeleid. Al snel stoorden de docenten “van buiten” zich aan het nogal provinciale niveau en de autoritaire opstelling van directie en bestuur. Ik herinner me mijn eerste fantastische kerst optreden namens de muziekschool in de Lutherse kerk. Na afloop hield je vader een gloedvolle toespraak over hoe geweldig de muziekschool eigenlijk was en ging gelijk een dikke borrel drinken met de bestuursleden (w.o. de door de docenten gehate Holzmüller-Teengs). Ik bleef alleen achter om alle rotzooi op te ruimen terwijl de directie mooi weer speelde. Dat was een eerste gevoel van “onbehagen”…

Vrijwel alle docenten “van buiten” wilden het niveau opkrikken en vooral ook de regenten mentaliteit van bestuur en directie beëindigen. Er werd een actiegroep opgericht met o.a. ik zelf, Willem Bremer (op hangende pootjes terug), Ans Hermans, Mieke Stuart, Henk Tromp, Frank Mulder etc. We hebben vele vergaderingen gehad.  Adriaan Soeterbroek, die op de administratie zat, samen met Ina Kraaij, kopieerde in het geheim de notulen van de bestuursvergaderingen. Ik zelf heb zelfs met een geheime zender, verstopt in een vleugel, vergaderingen van bestuur en directie afgeluisterd in het steegje naast het gebouw aan de Metiusgracht. 

Op een bepaald moment hadden we zoveel belastend materiaal tegen jouw vader verzameld dat als we dat bekend zouden maken hij verplicht zou zijn om op te stappen. Maar toen de vraag kwam wie van ons trek had om hem op te volgen werd het angstig stil… Niemand had er zin in en Oeb bleef. Willem (inmiddels terug uit  Enschede) draaide om als het blad aan een boom toen hij docent kon worden aan de vak-afdeling, Ans Hermans ging met ziekteverlof, Mieke Stuart vertrok naar Groningen en zo viel de boel uit elkaar. Ik besloot om voor mezelf te beginnen, wat door Oeb en vele collega’s aanvankelijk als een soort verraad werd gezien. Ik nam geen ontslag, omdat het dienstverband aan de muziekschool zorgde voor een ziekenkosten verzekering. Wel kreeg ik geen nieuwe leerlingen meer, een politiek door je vaders opvolger Marcel Pinkse werd voortgezet.

De Muselaer werd een succes, we stonden regelmatig in de krant en verzonnen steeds weer nieuwe leuke cursussen. Dat bleef niet onopgemerkt bij het gemeentebestuur dat niet snapte dat de muselaer zonder subsidie kon overleven terwijl de muziekschool scheppen geld kostte. De muziekschool subsidie werd drastisch ingekrompen en ik werd gebeld door een aantal ex-collega’s of ze misschien bij mij konden werken…Inmiddels had je vader de muziekschool al afgestoten en zich volledig toegelegd op de vakopleiding.  Het zal je niet verbazen dat hij mij toen die “officieel ” werd niet heeft aangenomen:  teveel “luis in de pels”.

Je begrijpt dat je vader voor mij bepaald niet is verbonden met louter goede herinneringen. Toch heb ik hem altijd gewaardeerd om zijn vakmanschap als dirigent, om zijn humor en om zijn gedrevenheid.

Groeten,

HUGO

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s