Reisverslag George Janszen

muziekkrant, oktober 1979

Ons beeld was flexibel: met theater, muziek, fotografie, kunst en huisnijverheid proberen aan reis en leefgeld te komen, zo nodig aangevuld met seizoenarbeid en allerlei klussen in de landen waar we komen, om daarna naar Afrika (midden-) af te zakken als soort theatergezelschap.

—even een sjekkie— (jawel, Hollandse Samson in Frankrijk).
Welnu we gingen door met de voorbereidingen. Onze groep groeide snel uit van 4 tot 8 personen en we bouwden een juweel van een 8-persoons-woning in onze truck. De gehele inbouw was flexibel (veranderbaar) met de nodige comfort en mogelijkheden. Ook regelden we reeds alle papieren (da’s heel veel) en prikken voor Afrika en allez, daar ging onze truck …… als eerste.

— De reis—– met z’n zevenen-
We waren de Zwanenburgwal (A’dam) nog niet uitgereden of alles vloog binnen in het rond; de vloer lag bezaaid met gevallen troep, en enkelen hadden builen op knieën en hoofd. Els, die aan het stuur zat, reed door (weg is weg) en inderdaad, voor we op de Wiboutstraat waren zat alles al prima vast en waren we echt op reis. Het was wel even wennen in zo’n slecht geveerde Engelse bak (later bleken onze 4 banden veel te hard opgepompt, waardoor we onnodig stuiterden).
Met ons mee reed ook Jan op zijn Motoguzzie (motorfiets) en die eerste dag ook Randy die pas later definitief mee zou gaan.
We hadden bij het inbouwen van de truck nogal vaak het angstige voorgevoel, dat de 1e (en de 2e en de 3e) de beste douaniers alles weer zouden slopen, voor verborgen hasj en zo. Nou het verloop bij de douanes ging als volgt: Aanhouden, met een gezicht van “He die moesten we maar eens checken”…vervolgens met een benauwd gezicht binnen kijken en zien dat het wel twee dagen zou duren om zoiets te checken en dan met zweetparels op het hoofd gebieden, dat we snel moesten doorrijden (nog niet eens een papierencontrole). Waarschijnlijk scheelt het, dat we nog steeds een Engels kenteken op de truck hebben.
Zo reden we in 4 dagen rustig naar Zuid- Frankrijk. Onderweg maakten we al ongewild theatershow, bijvoorbeeld als we op een kerkplein stopten,
kachelpijp op de truck zetten en op onze houtkachel koffie of thee maakten; of door op het dakl van de truck te genieten van het dorp of landschap waar we doorheen reden. Zo kwamen we, reeds veel meegemaakt hebbende, in Saint Groix du Verdon (chez Riez, cent kilomètre à la Nord du Marseille) aan.

—Op ons strandje—— met z’n vijftienen—
Op ons strandje, ja zo kan ik het gerust noemen, want in de vijf jaar dat dit stuwmeer bestaat, schijnt hier nog geen mens gebivakkeerd te hebben. Te concluderen uit het ongebruikte brandhout. Het strandje is n.l. niet met de auto te bereiken en da’s voor toeristen toch altijd maar heel lastig. Nu zitten we hier al twee en een halve week. De truck 40 meter boven ons, aan een stuwmeer met kristalhelder water waarop niet gemotorboot mag worden, uitgezonderd de watervliegtuigen die dagelijks water tanken om de vele bosbranden te blussen, en op zondag een rubberboot met 5 à 6 gendarmes die langs varen en heftig beduiden dat je je broek moet aantrekken als de gendarme langskomt.

—sjekkie no. 2—
Zo, gelijk maar weer even m’n vlees gekoeld in het meer. Het wordt weer heet vandaag. Ik heb het hier nog niet anders gekend (afijn maar weer relaxed doorschrijven). Het is hier kompleet stil, uitgezonderd (alles heeft z’n uitzonderingen) de ”muzikale” klanken die wij voortbrengen. Het strandje heeft iets weg van een maanlandschap. Een heel decor van hobbels en plateautjes van boetseerklei, schuin oplopend naar de vrij steile bosrand, waarboven onze truck staat. Ik voel me hier heel vaak een “held” in een film als bijv. de apenplaneet. Tegen de zon hebben we twee grote zeilen gespannen die van de bosrand tot het strandje lopen. Het uitzicht – bergen en meer – is nog geen enkele dag hetzelfde geweest. Het leeft verschrikkelijk, en niet alleen door die bosbranden. Gisteren zijn we het meer rondgereden om her en der op te treden met onze muziek, en zagen dat de toeristen overal hutjemekutje op elkaar gepakt zitten tussen de patattenten en nepboulevards; ongelooflijk toch?!?

Nou in deze omgeving: hebben we onze start gemaakt met muziek- en theateraktiviteiten. Iedereen had wel eens een liedje gezongen of gespeeld, of op zijn/haar kop gestaan, maar wat we nu wilden aanpakken lag voor ons allemaal toch wel iets verder weg. Een geluk was, dat Jan afspraken gemaakt had met Hans, Giel, Maarten etc. etc… en Pammela (een van de Bamsisters) om zich voor een tijdje bij ons te voegen en ons te helpen met de start. Hans, Giel en Maarten, (en Herbert, die geen piano mee had) vormden een Jazzgroep, het was komisch om die lui hier in hun blote kont met een compleet drumstel, bas en sax op het strandje te zien spelen.
Oh ja, groeten van Hans en Giel aan Jan van Wijk. Hij schijnt vroeger met hen in een Jazzgroep te hebben samen gespeeld. Het zijn hele fijne en actieve mensen. Ook zij besteden grote delen van de dag aan basisoefeningen.
De eerste die met ons aan de slag ging was Pammela.

We hebben van alles met haar gedaan en dat alles in een prima opbouw.
Yoga, bewegings/stem- oefeningen (vaak gecombineerd – onmisbaar voor acteurs maar ook heel erg goed voor musici – note to MPA), mimiek, basis theater oefeningen, akrobatiek. En veel met ons over menselijke capaciteiten en remmingen gepraat. Ze deed het allemaal met veel enthousiasme, en een geweldige vaart … kortom steengoed. Zo iemand zou je op een muziek opleiding heel erg goed kunnen gebruiken. De stemoefeningen waren heel anders dan zanglessen op de MPA ondanks dezelfde doelstellingen , hoe is het mogelijk dat die werelden toch zo verschillen.
De volgende leermeester was Hans. Hij kwam met een koffer vol rammel en rinkelspul naar beneden en zette dat bij onze (idem-) spullen. In het kort vertelde hij hoe gemakkelijk je al die dingen kon maken en hij was er zelf zichtbaar trots en verliefd op.
Daarmee hebben we een hele middag allerlei ritmes (door elkaar enz.) geoefend.
Ook deze lessen waren onmisbaar (ook voor mij).
Daarna Giel; hij noemde het “Muziekyoga”, maar omdat wij onze individuele voor-ingenomenheden over muziek hadden, werd het een harde sensitivity-training. Ongelovelijk wat al deze oefeningen belangrijk waren (dat bleek enkele dagen later al, toen we op ons eigen houtje verder moesten).
’s Avonds hebben we vaak samen gespeeld, soms aangevuld met muzikanten uit het dorp, die we ontmoeten als Hans, Giel en Maarten daar op straat speelden.
Dit was een prima week en het afscheid met hen was dan ook heel ontroerend.

—Het spelen- met z’n drieën—
Ongeveer gelijktijdig dat onze buren (zo noemden we ze, omdat naast ons precies zo’n baaitje was, waar zij bivakkeerden) na ongeveer l week vertrokken, moesten ook drie van ons onverhoopt en abrupt naar Holland terug. Zodoende zijn we nu ineens sinds drie dagen met z’n drieën achter gebleven: Els, JanWillem en ik.
Toen iedereen afgelopen vrijdagmorgen vertrokken was, maakten wij het plan om….. de volgende dag en de zondag enkele uitvoeringen te geven. Een repertoire hadden we nog nauwelijks, maar het moest er nu maar eens van komen. Nou, die vrijdag hebben we als beesten de nummers die we soms al eens gespeeld hadden verder uitgewerkt en geperfectioneerd en een aantal nieuwe nummers erbij genomen. Teksten uit ons hoofd geleerd en kleine acts erbij. Els moest nog de conga en de accordeon onder de knie krijgen want dat speelt ze pas heel kort, en ook JanWillem en ik moesten nog thuis raken op de instrumenten en de manier van spelen in deze muziekwerken en liederen.

Nou, toen bleek hoe waardevol de basisoefeningen van onze buren geweest waren (van de yoga tot de sensitivity). Wat we aanvankelijk zelf niet geloofden, toen we het vrijdag afspraken, is gelukt en sterker nog: het resultaat dat we boekten overtrof onze verbeelding. We hebben dit weekend één keer op een camping gespeeld (try out) en drie keer op de straat of op een terrasje. Men was puur enthousiast over ons, en wij 120 gulden rijker.
Helden bestaan niet, dus we hadden best wel wat zenuwen en moesten soms lang met elkaar praten voor we de truck uitstapten en het terrasje op gingen. We voelden ons indringers, maar werden als helden ontvangen en ze zongen en klapten en de kleintjes dansten soms mee. Tijdens de 4 uitvoeringen bouwden we ook nog een goede presentatie op en toen we gisteravond het laatste sjieke druiventerras af kwamen met alweer 40 ballen in onze pet, waren we er zelf stil van. Hoe professioneel muzikaal en versierd met flair het geweest was.
Ikzelf heb na zo’n optreden veel schik, omdat ik eindig met een zeer gevoelige en uit het hart gegrepen Down&out-blues, die ik in een halve dag uit mijn hoofd geleerd heb. Terwijl het hele terras met tranen in de ogen naar mijn droef romantische verhaal luistert (waarin ik zing over mezelf als de figuur Job) en aan niks anders meer kan denken, ben ik met mijn hoofd bij:
“Wat is de volgende zin ook alweer?”
“O jee, welk accoord komt nou?”
“Kijk die Els eens veel geld ophalen!”
“Goh ’t ging lekker zeg!”
“Kijk Els is klaar, hoe zal ik eindigen?”
….Tsjing, tsjing, blabla… uit, bedanken en aftaaien.
Ook het verslag is tot zover klaar, weest gerust ik schrijf het vervolg nog wel. ‘

Tot zover onze speciale verslaggever over de grens George.

George Janszen,
oudleerling MPA, muziekkrant, oktober 1979

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s