Vijftig jaar muziekonderwijs in Alkmaar

Daar zit muziek in!

Misschien wel een jaartje te laat, maar niet minder enthousiast viert Artiance dit jaar het 50-jarig jubileum van de Volksmuziekschool, de wieg van Artiance. In maart 1958 is de Volksmuziekschool opgericht, schooljaar 1958-1959 was het eerste cursusjaar. Er werd gestart met klassen Algemene Muzikale Vorming en in de loop van de jaren  kwam daar steeds meer bij: instrumentale lessen, zanglessen, koren, orkesten. Uiteindelijk is in 1974 de muziekpedagogische academie opgericht, voortgekomen uit de avondopleiding van de Volksmuziekschool. Deze academie werd later het Conservatorium van Alkmaar. Zo’n 25 jaar geleden kwam Scarabee erbij, een instelling voor beeldende vorming, en tamelijk recent is het Jeugd Theater Alkmaar (JTA) gefuseerd met Artiance, waardoor Artiance nu ook een Productiehuis heeft.

Gehuisvest aan het Canadaplein is het daarmee een niet meer weg te denken cultuurcentrum in Alkmaar geworden, waar vele jonge Alkmaarders hun eerste stappen in de cultuurwereld hebben gezet.

Een voorloper van de Volksmuziekschool was in de negentiende eeuw de Alkmaarse Stadsmuziekschool, die verbonden was aan het Stedelijk Muziekkorps. Ook waren er wel particuliere ondernemingen, waarvan de docenten meestal beroepsmuzikanten waren die met lesgeven in hun onderhoud moesten voorzien. Het muziekonderwijs bestond voornamelijk uit privélessen, gegeven bij de leerling thuis. Het was daarmee voornamelijk voorbehouden aan de betere standen.

De plaatselijke afdeling van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst in Alkmaar had ook een eigen muziekschool. Deze maatschappij richtte zich onder meer op het steunen van het muziekonderwijs, het houden van muziekuitvoeringen en het ‘onder het bereik van mindergegoeden’ brengen van muziekuitvoeringen. De meeste mensen kennen de maatschappij van de Toonkunstkoren, waarvan er in Nederland nog heel wat bestaan. Ook het in 1874 opgerichte Alkmaarse Toonkunstkoor is nog springlevend. 

Vanwege de kosten besloot de gemeente in 1929 tot opheffing van de Stedelijke Muziekschool. De school van ‘Toonkunst’ was al in 1924 opgeheven, waardoor Alkmaar geheel afhankelijk was van particuliere muziekdocenten. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er meer aandacht voor muziekonderwijs en werden er gesubsidieerde muziekscholen opgericht. Het idee achter deze opkomst van het muziekonderwijs was dat kunst, dus ook muziekbeoefening, de massa kon verheffen en het leven veraangenamen. Kunstbeoefening moest daarom voor brede lagen van de bevolking toegankelijk zijn. Vandaar de naam ‘Volksmuziekschool’, die dus niets te maken had met volksmuziek. Zo kenden ook Bergen, Schoorl en Heiloo een volksmuziekschool.

Mevrouw Holzmüller-Teengs was in 1958 de drijvende kracht achter de oprichting van de Alkmaarse Volksmuziekschool en bleef dat nog jarenlang als bestuurslid. De lessen, gegeven in de Lindenschool, Lidwinaschool en Julianaschool, waren een groot succes. Leerlingen stroomden toe, en de docenten van het eerste uur (G. van Idsert, I.M. Visser en mevrouw Y. Gieschler) konden de groei al snel niet meer aan. Tien jaar later waren er 40 leraren, die 1000 leerlingen onder hun muzikale hoede hadden. Lessen op alle instrumenten waren mogelijk en ook zeer jonge kinderen konden cursussen (‘spel en ritmiek’) volgen. 

Maar het succes had ook een schaduwzijde, in dit geval de huisvesting. Door de snelle groei was steeds meer ruimte nodig. Er werd op een gegeven moment in 41 ruimten verdeeld over 27 verschillende panden les gegeven, zelfs bij docenten thuis. De huisvesting bleef jarenlang een groot probleem. Het ene plan na het andere werd ontwikkeld, er werd zelfs door de leerlingen gedemonstreerd. Uiteindelijk werd in 1974 een oplossing gevonden door huisvesting in een voormalig bejaardenhuis, het gebouw van de Piusstichting aan het Nassauplein.

In november 1983 vierde de school het 25-jarig bestaan, maar onzekerheden overschaduwden het feest. De kosten voor het muziekonderwijs werden te hoog en het einde leek nabij. Het bleek een landelijk probleem, en veel muziekscholen werden samengevoegd met andere culturele onderwijsvormen. Ook in Alkmaar koos men hiervoor. Het creativiteitscentrum Scarabee, gehuisvest in de ateliers in De Vest, zou opgeheven worden. Ondanks verzet van de Scarabeedocenten werd een aantal cursussen van het centrum ondergebracht in de muziekschool, dat zich daarmee ontwikkelde tot een ‘Instituut voor Kunstzinnige Vorming’, later Alkmaars Centrum voor Kunstzinnige Vorming. Ook het Jeugd Theater Alkmaar sloot zich na enige tijd erbij aan.

Noodgedwongen moest de school nog wel inkrimpen, en zelfs het pand aan het Nassauplein verlaten. Nieuwe huisvesting werd gevonden in de leegstaande Vondelschool. Een dependance in Alkmaar-Noord werd gesloten. 

Een voorlopig einde in de ontwikkelingen van de afgelopen vijftig jaar is de verhuizing in 2000 naar het Canadaplein. Op dat moment kreeg de voormalige muziekschool een nieuwe naam: Artiance. De school die begon met drie docenten en 88 leerlingen is inmiddels uitgegroeid tot een veelzijdig centrum dat onderwijs en activiteiten biedt in de meest uiteenlopende vormen van kunst, voor iedereen die daar interesse in heeft.

Gehuisvest in hetzelfde gebouw als de Openbare Bibliotheek en het Stedelijk Museum is de voormalige Volksmuziekschool daarmee een waardevolle aanvulling voor het ‘Cultuurplein’.

Advertenties

Een reactie op Vijftig jaar muziekonderwijs in Alkmaar

  1. Hanneke Abrahamse zegt:

    Wat leuk om de geschiedenis van de Alkmaarse Volksmuziekschool tot Artiance te lezen. Ik behoorde tot de 1e leerlingen die in het oprichtingsklasje van de VMS in de Julianaschool zaten. Het stond allemaal nog in de kinderschoenen en in het begin kwam mevrouw Holzmuller-Teengs zelf het lesgeld ophalen.Hoewel ik al twee jaar pianoles had vonden mijn ouders het belangrijk dat ik toch naar de Volksmuziekschool ging , met name omdat mijn vader de Gehrelscursus bij Willem Gehrels zelf nog gevolgd had. Ik kreeg AMV van mevrouw Gischler van As van Wijk een geweldige muziekpedagoge die ons op een speelse manier veel muziekplezier gaf. Volgens de Gehrelsmethode begonnen we met ” wip-wip” en leerden via handzingen te treffen.Ik heb later tijdens mijn muziekstudie nog veel plezier van de solmisatiemethode gehad.Naar mijn herinneringkwam de heer Bootsma pas later in beeld . Van hem kreeg ik in het 3e jaar muziekgeschiedenis,wat niet elke leerling even interessant vond.Blokfluitles heb ik van de heer vander Idsert gehad en later toen ik als instrument blokfluit koos omdat ik al pianoles prive had kreeg ik les van de heer Zwart en kwam ook de altblokfluit in beeld.In het 1e en 2e jaar hadden we leerlingenavonden in een zaaltje in de Heul en lieten dan aan onze ouders horen wat we zoal geleerd hadden. Ik herinner mij nog dat ik dan ” al die willen te Kaapren varen” op notennamen voor mocht zingen. Later lieten wij ons met de blokfluiten ook horen op voorspeelavonden in het Wapen van Heemskerk.
    In 1960-1961 ging ik op pianoles via de volksmuziekschool en kreeg ik les van Vera Groot.Via haar ben ik op het conservatorium in Amsterdam beland waar ik schoolmuziek en piano ging studeren.
    Oeb Bootsma kwam ik daar ook weer tegen omdat hij 1 a 2 jaar daar hoofdvaklessen AMV gaf. Via hem kreeg ik tijdens mijn studie mijn 1e baantje als muzieklerares op de Klos in Alkmaar waar Oeb ook les gaf,maar lessen ging afstoten omdat de combinatie met zijn directeurschap te veel werd.Ook viel ik in die tijd vaak in voor zieke AMV of pianodocenten op de VMS.
    Ik heb fijne herinneringen aan de Alkmaarse Volksmuziekschool en het leuke is dat ik nu al weer enkele jaren hoboles heb bij Artiance. Het cirkeltje is rond.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s